Onze openingstijden: ma. t/m vrij. van 09:00-13:00 uur en van 14:00-17:00 uur.

Begrippenlijst

Met deze begrippenlijst willen we proberen duidelijkheid te geven over de notariële en wettelijke teksten waarmee we veel werken. Het is geen volledige lijst en geen van de genoemde teksten geeft een garantie over de uitwerking in jouw geval.

a

Aandeelhouder ~ Een besloten vennootschap (BV) en een naamloze vennootschap (NV) kennen aandelen en houders van die aandelen: ‘aandeelhouders’. Aan elk aandeel wordt een waarde toegekend, de ‘nominale waarde’. Op basis van deze nominale waarde wordt berekend hoeveel winst op een aandeel wordt uitgekeerd en hoeveel zeggenschap het aandeel geeft in de algemene vergadering. Aandelenoverdracht ~ Door aandelen over te dragen, wordt iemand anders eigenaar van die aandelen. Aandelen in een bv of een nv worden overgedragen met een akte bij de notaris. Met het woord ‘levering’ wordt ook wel naar de overdracht verwezen. Aanmerkelijk belang ~ Het percentage aandelen dat je hebt, maakt uit voor de belastingen die je moet betalen. Heb je als privépersoon 5% of meer van de aandelen dan heet dat een ‘aanmerkelijk belang’. Je betaalt dan inkomstenbelasting over de opbrengst van die aandelen. Heb je minder dan 5% van de aandelen, dan is het mogelijk dat je belasting moet betalen over de waarde van de aandelen in plaats van over de opbrengst van de aandelen. Algemene vergadering ~ De algemene vergadering is een orgaan van een rechtspersoon. Dit orgaan neemt belangrijke besluiten voor de rechtspersoon. Welke besluiten dit zijn, hangt af van de soort rechtspersoon en de statuten. De deelnemers van de algemene vergadering zijn de leden (vereniging/coöperatie) of de aandeelhouders (besloten vennootschap (bv)/naamloze vennootschap (nv)). Een stichting heeft geen algemene vergadering. ANBI ~ ANBI staat voor ‘Algemeen nut beogende instelling’. Een ANBI heeft belastingvoordelen. Zo betaalt een ANBI geen schenkbelasting of erfbelasting. Voor de persoon die de schenking doet, kunnen er belastingvoordelen zijn als de ontvanger een ANBI is. Appartementsrecht ~ Als er meerdere eigenaren zijn van etages of gedeeltes van een huis of gebouw, dan is dat gebouw (of woning) gesplitst in appartementsrechten. Alle appartementseigenaren hebben een stukje eigendom van de woning of het gebouw. Dit heet het appartementsrecht. Een appartementsrecht geeft recht op het exclusieve gebruik van je eigen appartement en op het gebruik van de gezamenlijke ruimtes en gedeeltes. Omdat alle appartementseigenaren samen eigenaar zijn van een woning of gebouw, moeten beslissingen daarover gezamenlijk worden genomen. Dit gebeurt in de vergaderingen van de vereniging van eigenaars. Iedere appartementseigenaar is lid van de vereniging van eigenaars. Dit lidmaatschap kan, anders dan bij andere verenigingen, niet worden opgezegd. Ook moet een appartementseigenaar een bijdrage betalen aan de vereniging van eigenaars voor bijvoorbeeld het onderhoud.

b

Begunstigde ~ De begunstigde is de persoon die het geld krijgt als een verzekering of pensioen geld uitkeert. Wie de begunstigde is, blijkt uit de voorwaarden en/of de polis van de verzekering of het pensioen. Beneficiair aanvaarden ~ Als je door de wet of in een testament bent aangewezen als erfgenaam heb je een keuze of en hoe je een erfenis aanvaardt. Als je de erfenis beneficiair aanvaardt ben je niet met je eigen geld aansprakelijk voor de schulden uit de erfenis. De erfenis moet bij beneficiaire aanvaarding volgens de formele regels uit de wet worden afgewikkeld. Bestuur ~ Het bestuur is een orgaan van een rechtspersoon. Het bestuur bestaat uit alle bestuurders van de rechtspersoon. De term ‘besturen’ wordt gebruikt om de taak van het bestuur aan te duiden. Deze taak is het verrichten van handelingen voor een rechtspersoon en het dragen van de verantwoordelijk voor dat wat de rechtspersoon doet. Bestuurder ~ Een bestuurder is de (rechts)persoon die het bestuur voert over een rechtspersoon. De bestuurder verricht handelingen voor een rechtspersoon en is verantwoordelijk voor dat wat die rechtspersoon doet. Bestuursverslag ~ Een bestuursverslag is een overzicht van de gebeurtenissen van een bedrijf of organisatie. Dit verslag wordt opgemaakt over een bepaald boekjaar. Vroeger heette het bestuursverslag anders: ‘jaarverslag’. Bewind ~ Bewind is financieel toezicht. In je testament kun je opnemen dat je erfenis of een deel daarvan onder bewind staat. Je benoemt dan iemand, de bewindvoerder, om op te letten dat er verstandig met je erfenis wordt omgegaan. Het is ook mogelijk dat de rechter iemand onder bewind stelt. Dat doet de rechter als iemand zijn financiële zaken niet meer goed kan regelen. Voor het bewind dat is ingesteld met een testament gelden andere regels dan voor een bewind dat is opgelegd door de rechter. Boekjaar ~ Een boekjaar is de periode waarover financiële overzichten worden opgemaakt. Het boekjaar kan gelijk zijn aan een kalenderjaar, maar dat hoeft niet. Het boekjaar blijkt uit de statuten van de rechtspersoon. BV ~ Een besloten vennootschap (bv) is een rechtspersoon. De bv oefent een bedrijf uit. Het bestuur van de bv verricht handelingen voor de bv en is verantwoordelijk voor dat wat de bv doet. De winst van het bedrijf komt toe aan de aandeelhouders. De aandeelhouders bepalen wie er bestuurder wordt. Een bv richt je op met een notariële akte. Er is minimaal één aandeelhouder en één bestuurder. Eén persoon kan ook aandeelhouder en bestuurder zijn. Je bent verplicht om de bv in te schrijven in het handelsregister. Een aandeelhouder kan zijn inleg in de bv kwijtraken, maar is niet persoonlijk aansprakelijk voor verplichtingen van de bv. Een bestuurder is niet aansprakelijk voor verplichtingen van de bv. Als de bestuurder zijn taak niet goed uitvoert, kan hij eventueel wel aansprakelijk worden.

c

Certificeren ~ Certificeren is het overdragen van bezittingen aan een rechtspersoon, waarbij je certificaten terugkrijgt. Gebruikelijk is het certificeren van aandelen bij een stichting administratiekantoor (stak). De aandelen worden dan overgedragen aan de stak. De stak geeft certificaten uit van de aandelen die zij heeft. De stak maakt administratievoorwaarden. Daarin staan de voorwaarden voor en aan de certificaten. De certificaten van de aandelen geven recht op de waarde van en de winstuitkeringen op de aandelen. Het bestuur van de stak neemt de besluiten die de aandeelhouder van een bv kan nemen. Op deze wijze worden de rechten van de aandelen verdeeld: de zeggenschap komt toe aan de stak, de economische rechten komen toe aan de certificaathouders. Codicil ~ In dit handgeschreven testament kan je sieraden, kleding of inboedel aan iemand vermaken. Er gelden strenge regels voor het maken van een codicil. Een codicil is alleen geldig als deze regels zijn gevolgd. Coöperatie ~ Een coöperatie is een rechtspersoon. De coöperatie oefent een bedrijf uit ten behoeve van de leden. Het bestuur van de coöperatie verricht handelingen voor de coöperatie en is verantwoordelijk voor dat wat de coöperatie doet. De winst van het bedrijf komt toe aan de leden. De leden bepalen wie er bestuurder wordt. Een coöperatie richt je op met een notariële akte. Er zijn minimaal twee leden en er is minimaal één bestuurder. Eén persoon kan ook lid en bestuurder zijn. Je bent verplicht om de coöperatie in te schrijven in het handelsregister. Een lid kan zijn inleg in de coöperatie kwijtraken. De meeste coöperaties worden opgericht als U.A. De leden zijn dan niet persoonlijk aansprakelijk voor verplichtingen van de coöperatie. Een bestuurder is niet aansprakelijk voor verplichtingen van de coöperatie. Als de bestuurder zijn taak niet goed uitvoert, kan hij eventueel wel aansprakelijk worden. CV ~ Een commanditaire vennootschap (cv) is een personenvennootschap waarin je samen met anderen een bedrijf voert. Een cv begin je door samen met anderen je bedrijf te voeren. Er is minimaal één zogenaamde stille vennoot en minimaal één zogenaamde beherende vennoot. Een beherende vennoot verricht handelingen namens de cv, een stille vennoot niet. Je bent verplicht om de cv in te schrijven in het handelsregister. Een stille vennoot kan zijn inleg in de cv kwijtraken, maar is niet persoonlijk aansprakelijk voor verplichtingen van de cv. Een beherende vennoot is hoofdelijk aansprakelijk voor alle verplichtingen van de cv. Daardoor kan hij verplicht worden om persoonlijk het hele bedrag te betalen dat de cv schuldig is.

d

Dividend ~ De winst van een besloten vennootschap (bv) of een naamloze vennootschap (nv) kan worden gebruikt binnen het bedrijf of kan worden uitgekeerd aan de aandeelhouders. De winst die wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders heet ‘dividend’.

e

Echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek ~ De meeste echtscheidingszaken in Nederland zijn op gemeenschappelijk verzoek. Dit betekent dat de partners allebei willen scheiden en ze samen het verzoekschrift via eenzelfde advocaat bij de rechter indienen. Echtscheiding op tegenspraak ~ Zo wordt een echtscheidingszaak genoemd die is gebaseerd op een verzoekschrift van een van beide partners. De achtergrond hiervan is dat een van beiden wil scheiden, maar de ander niet. Ook als maar een echtgenoot een verzoekschrift indient, kan de rechter de echtscheiding uitspreken als hij ervan overtuigd is dat het huwelijk ‘duurzaam is ontwricht’ zoals de wet het noemt. Echtscheidingsconvenant ~ Dit is een contract dat door scheidende partners wordt gemaakt als ze gaan scheiden. Hierin leggen ze vooral de afspraken vast over de financiële afwikkeling van de echtscheiding. Als het om een echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek gaat, wordt het echtscheidingsconvenant gemaakt voordat het echtscheidingsverzoek bij de rechter wordt ingediend. Echtscheidingsverzoek ~ Een echtscheiding wordt bij de rechter aangevraagd via een advocaat met een verzoekschrift. Als de rechter de echtscheiding uitspreekt wordt daarna in de burgerlijke stand de echtscheiding geregistreerd. Vanaf dat moment zijn de exen weer voor de wet ‘ongehuwd’ en kunnen ze, als ze dat willen, opnieuw trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan. Partners die een geregistreerd partnerschap hebben afgesloten scheiden ook via de rechter; ze kunnen via de burgerlijke stand scheiden als ze niet het gezag hebben over minderjarige kinderen. Eenmanszaak ~ Een eenmanszaak is een bedrijf dat je voor eigen rekening voert. Een eenmanszaak heeft nooit meer dan één ‘eigenaar’. Je kunt met je eenmanszaak wel werknemers hebben. Een eenmanszaak begin je door te starten met je bedrijf. Je bent verplicht om je bedrijf in te schrijven in het handelsregister. Met een eenmanszaak ben je persoonlijk aansprakelijk voor alles wat je met je bedrijf doet. Erfbelasting ~ Erfbelasting is de belasting die je betaalt over dat wat je uit een erfenis krijgt. Erfdienstbaarheid ~ Met een erfdienstbaarheid leg je afspraken vast tussen eigenaren van erven. Een erfdienstbaarheid moet in een notariële akte worden vastgelegd. Een voorbeeld van een erfdienstbaarheid: buurman A heeft het recht om over het pad van buurman B te lopen, omdat dat nodig is om bij zijn parkeerplaats te komen. Buurman B moet dit dan toestaan. Dit wordt ook wel het recht van overpad genoemd. Het kan ook gaan om de verplichting van de eigenaar van een erf om iets niet te doen. Bijvoorbeeld: buurman C mag geen bomen in de buurt van de erfgrens planten, omdat daardoor het uitzicht van buurman D wordt belemmerd. De notariële akte waarin de erfdienstbaarheid is vastgelegd moet worden ingeschreven bij het kadaster. Bij de overdracht van een woning onderzoekt de notaris of er een erfdienstbaarheid is waar de nieuwe eigenaar zich aan moet houden. Een erfdienstbaarheid zit namelijk 'vast' aan de grond. Erfenis ~ De bezittingen en de schulden die je nalaat als je dood gaat. Erfgenamen ~ Je erfgenamen krijgen je bezittingen en je schulden na je dood. Je erfgenamen moeten een legaat afgeven/uitbetalen als je dat hebt opgenomen in je testament of in een codicil. Als je als erfgenaam wordt benoemd, heb je een keuze of en hoe je de erfenis wilt aanvaarden. Erfpacht ~ De wet kent, naast de mogelijkheid om een woning in eigendom te hebben, ook de mogelijkheid van erfpacht. In dat geval is er naast de eigenaar een erfpachter. De erfpachter is dan niet de eigenaar van de grond waarop de woning staat, maar wel de gebruiker daarvan. Voor dit gebruik moet de erfpachter meestal een vergoeding betalen aan de eigenaar, canon genoemd. Erfpacht lijkt op huur, omdat de huurder ook het gehuurde mag gebruiken en daarvoor een vergoeding betaalt. Huur is een persoonlijk recht, terwijl erfpacht een zakelijk recht is. Zakelijk recht betekent dat de erfpacht niet verbonden is aan de persoon, maar aan de grond. Daarom kan de erfpachter de woning verkopen en een hypotheek vestigen op de woning, een huurder kan dat niet. Een erfpachtrecht ontstaat als een notariële akte wordt ingeschreven bij het kadaster. Erfpachtopinie ~ De banken vragen om een erfpachtopinie bij zogenaamde ‘particuliere erfpacht’ van een woning. Particuliere erfpacht betekent dat de eigenaar van de grond niet de overheid (gemeente of provincie) is. Als de eigenaar bijvoorbeeld een bv, woningbouwcorporatie of Staatsbosbeheer is, is sprake van particuliere erfpacht. Bij gemeenten is geen sprake van particuliere erfpacht. Een erfpachtopinie betekent dat de erfpachtvoorwaarden worden getoetst aan een aantal criteria. Deze criteria zijn voor de bank belangrijk bij het verstrekken van de lening. De uitkomst van de erfpachtopinie kan ‘groen’, ‘rood’ of ‘oranje’ zijn. ‘Groen’ betekent dat de bepalingen in de erfpachtvoorwaarden in principe voldoen aan de criteria die de bank heeft vastgesteld. ‘Oranje’ betekent dat de bepalingen voor de bank bij de beoordeling van de financiering een aandachtspunt zijn. ‘Rood’ betekent dat de bepalingen niet voldoen aan de criteria voor financierbaarheid die de banken hebben vastgesteld; wat tot gevolg heeft dat de bank in principe geen lening verstrekt. Naast de erfpachtopinie kijkt de bank ook naar andere zaken voordat zij financiering geeft. Een groene opinie is dus geen garantie voor een geldlening. Erfpachtvoorwaarden ~ De afspraken die gelden bij de erfpacht worden erfpachtvoorwaarden genoemd. Hierin staat bijvoorbeeld welke plichten de erfpachter heeft, maar ook welke rechten, bijvoorbeeld bij het einde van zijn erfpachtrecht. Executeur ~ Met je testament kun je iemand aanwijzen om je erfenis af te wikkelen. Dit is de executeur. De executeur kan onder meer het volgende regelen: - Het opzeggen van abonnementen en lidmaatschappen, het betalen van rekeningen en het onderbrengen van huisdieren. - Het verkopen van spullen om rekeningen te kunnen betalen en het innen van bedragen die je nog tegoed hebt. - Het opmaken van de laatste aangifte voor de inkomstenbelasting. - Het opmaken van de aangifte voor de erfbelasting. - Het uitvoeren van het testament/verdelen. In je testament neem je op wat de executeur wel en niet mag doen en of hij betaald wordt voor zijn werkzaamheden. Als er geen executeur is aangewezen, moeten de erfgenamen zorgen voor de afwikkeling van de erfenis.

f

Fonds voor gemene rekening ~ Een fonds voor gemene rekening is een samenwerking die voldoet aan bepaalde voorschriften uit belastingwetten. Een fonds voor gemene rekening is geen rechtspersoon. Een fonds voor gemene rekening kan wel (ook) personenvennootschap zijn. Fusie ~ Door een fusie 'smelten' twee of meer rechtspersonen (bijvoorbeeld bv's) samen tot één rechtspersoon. Deze fusie wordt ook wel aangeduid als ‘juridische fusie’. De term fusie wordt ook wel gebruikt voor het samengaan van activiteiten van twee bedrijven of organisaties. In dat geval blijven de rechtspersonen bij de fusie bestaan. Dit wordt ook wel ‘bedrijfsfusie’ genoemd.

g

Geregistreerd partner ~ Een geregistreerd partner is iemand die een geregistreerd partnerschap is aangegaan bij de gemeente. Een geregistreerd partnerschap lijkt veel op een huwelijk. De meeste wettelijke regels die voor een huwelijk gelden, gelden ook voor het geregistreerd partnerschap. Je kunt afwijken van een aantal van die regels door partnerschapsvoorwaarden te maken bij de notaris. Het geregistreerd partnerschap is iets anders dan inschrijven op hetzelfde adres, gaan samenwonen of het sluiten van een samenlevingscontract.

h

Handelsregister ~ De kamer van koophandel houdt het handelsregister. In het handelsregister is onder andere opgenomen wat het adres is van een bedrijf of rechtspersoon, welke activiteiten worden verricht en wie er namens een bedrijf of rechtspersoon handelingen mag verrichten. Huwelijkse voorwaarden ~ Dit is een akte die de notaris voor partners maakt die willen afwijken van de gemeenschap van goederen. In deze akte leggen partners hun eigen regels vast. Huwelijksvoltrekking ~ Dit is het officiële deel van je trouwdag. De ambtenaar van de burgerlijke stand constateert, nadat de partners ‘ja’ hebben gezegd, dat het huwelijk is gesloten of met andere woorden ‘is voltrokken’. Hypotheek ~ Als je geld leent bij de bank voor je huis, dan wil de bank daarvoor in ruil meestal een hypotheek. De hypotheek is een recht dat de bank heeft voor het geval dat je niet meer kunt betalen. Als je na verschillende aanmaningen van de bank de hypotheek nog niet betaalt, dan kan de bank uiteindelijk het huis op een veiling verkopen. De bank krijgt het hypotheek(recht) door een notariële akte die wordt geadministreerd bij het kadaster. Hiermee heeft de bank meer zekerheid voor de terugbetaling van het geld dat je geleend hebt. Het is niet alleen de bank die een hypotheek kan krijgen. Ook als je geld leent van familie of van een bv kan er een hypotheekrecht op je woning komen. Hypotheekrenteaftrek ~Als je hypotheekrente betaalt mag je die aftrekken voor de inkomstenbelasting van je inkomen in box 1. Het moet dan gaan om een hypotheek die je hebt afgesloten om een huis te kopen of bijvoorbeeld te verbouwen. Op www.belastingdienst.nl staat een overzicht van de rente en kosten die aftrekbaar zijn. Voor nieuwe hypotheken, die zijn afgesloten na 1 januari 2013, geldt als voorwaarde voor de aftrek van hypotheekrente, dat op de lening ten minste annuïtair wordt afgelost. Bij een annuïteitenhypotheek wordt elke maand een vast bedrag betaald. Dit bedrag bestaat uit twee delen, een deel rente en een deel aflossing. Aan het einde van de lening, na 30 jaar, is dan het hele bedrag van de hypotheek terugbetaald aan de bank. Hypotheekleningen die vóór 1 januari 2013 zijn afgesloten kunnen nog aflossingsvrij zijn en toch recht geven op hypotheekrenteaftrek. Een hypotheeklening die aan de eisen voldoet wordt een ‘eigenwoningschuld’ genoemd. De renteaftrek geldt voor maximaal 30 jaar. Voor elke lening geldt een nieuwe 30-jaarsperiode. Als je na 30 jaar een deel van de oorspronkelijke lening nog niet hebt afgelost, is de hypotheekrente niet meer aftrekbaar.

j

Jaarrekening ~ Een jaarrekening geeft overzicht van de financiële situatie van een bedrijf of organisatie. Elk boekjaar wordt een jaarrekening opgemaakt.

k

Kadaster ~ Bij het kadaster worden de notariële akten geadministreerd die voor de eigendom van een woning of grond van belang zijn. Ook houdt het kadaster de grenzen van de stukken grond bij. De gegevens en akten die het kadaster bijhoudt zijn voor iedereen in te zien. Kamer van koophandel ~ De Kamer van Koophandel is opgericht door de overheid en heeft tot doel: het stimuleren van economische ontwikkeling door middel van het informeren en ondersteunen op het gebied van ondernemen en innovatie van personen die een onderneming drijven of overwegen een onderneming op te richten. De kamer van koophandel houdt het handelsregister. In dit register is belangrijke informatie over bedrijven en rechtspersonen te vinden. Kinderalimentatie ~ Dit is een financiële regeling voor de verzorging en opvoeding van kinderen. Ouders kunnen hier samen afspraken over maken. Als dat niet lukt, dan neemt de rechter een beslissing. De afspraken over de kinderalimentatie worden opgenomen in het ouderschapsplan. De alimentatieplicht voor kinderen geldt tot het kind 21 jaar is.

l

Legaat ~ Met een legaat kun je een bedrag of bepaalde goederen nalaten aan personen die jij benoemt. Je erfgenamen moeten het legaat uitbetalen/afgeven. Het legaat neem je op in je testament of in een codicil. Als je een legaat krijgt, kun je dat weigeren. Legitieme portie ~ Door een testament kan een kind minder of niets erven van zijn ouder. Een kind kan hiertegen protesteren door zijn legitieme portie in te roepen. De legitieme portie is een bedrag van maximaal de helft van wat het kind zou krijgen als er geen testament zou zijn gemaakt. Aan het inroepen en de berekening van de legitieme portie zitten haken en ogen. Ons kantoor kan informatie en advies geven hierover. Levenstestament ~ Met een levenstestament bepaal je wie je zaken regelt als je niet in de gelegenheid of in staat bent om dat zelf te doen. Je kunt bijvoorbeeld regelen wie beslist waar je woont, wie je huis kan verkopen en met wie de arts moet overleggen als je dat zelf niet meer kunt. Levering ~ Met het woord levering wordt verwezen naar de overdracht van de eigendom van een woning of een stuk grond. Eigendom van woningen en grond wordt overgedragen met een akte bij de notaris, die wordt geadministreerd in het kadaster. De notaris controleert of aan alle voorwaarden voor de eigendomsoverdracht is voldaan. Pas nadat het kadaster de akte heeft verwerkt, is de koper eigenaar geworden van de woning of de grond.

m

Maatschap ~ Een maatschap is een personenvennootschap waarin je samen met anderen een beroep uitoefent. Oefen je een bedrijf uit dan ben je een vennootschap onder firma (vof). Het verschil tussen beroep en bedrijf is niet heel duidelijk. Een arts, advocaat of notaris oefent een beroep uit. Een timmerman en een winkelier hebben een bedrijf. Een maatschap begin je door samen je beroep uit te oefenen. Je bent verplicht om de maatschap in te schrijven in het handelsregister. Je bent persoonlijk aansprakelijk voor verplichtingen van de maatschap. Een bijzondere maatschap is de stille maatschap. Die maatschap treedt niet onder gemeenschappelijke naam naar buiten. Een dergelijke maatschap kan ook een bedrijf voeren. Ook de stille maatschap moet je inschrijven in het handelsregister. Medehuurder ~ Een medehuurder wordt automatisch de huurder als de oorspronkelijke huurder overlijdt of vertrekt. Ben je getrouwd of geregistreerd partner, dan ben je automatisch medehuurder. Als je samenwoont kun je het medehuurderschap aanvragen bij je verhuurder.

n

Nabestaandenpensioen ~ Het nabestaandenpensioen is het pensioen dat je partner krijgt als je overlijdt. Dit wordt ook wel het partnerpensioen genoemd. Als je pensioen voor jezelf opbouwt (oudedagspensioen) bouw je vaak automatisch ook dit pensioen voor je partner op. Als je overlijdt, krijgt je echtgenoot of geregistreerd partner het nabestaandenpensioen. Ook als je samenwoont kan je partner je nabestaandenpensioen krijgen. Bij je pensioeninstantie kun je navragen aan welke eisen je partner dan moet voldoen. Een van die eisen is het sluiten van een samenlevingscontract met jou. Bijna alle pensioeninstanties stellen deze eis. Als je partner niet aan de eisen voldoet, heeft je partner geen recht op je pensioen als jij overlijdt. Nalatenschap ~ De bezittingen en de schulden die je nalaat als je dood gaat. NV ~ Een naamloze vennootschap (nv) is een rechtspersoon. De nv oefent een bedrijf uit. Het bestuur van de nv verricht handelingen voor de nv en is verantwoordelijk voor dat wat de nv doet. De winst van het bedrijf komt toe aan de aandeelhouders. De aandeelhouders bepalen wie er bestuurder wordt. Een nv richt je op met een notariële akte. Je moet minimaal € 45.000 storten bij de oprichting. Er is minimaal één aandeelhouder en één bestuurder. Eén persoon kan ook aandeelhouder en bestuurder zijn. Je bent verplicht om de nv in te schrijven in het handelsregister. Een aandeelhouder kan zijn inleg in de nv kwijtraken, maar is niet persoonlijk aansprakelijk voor verplichtingen van de nv. Een bestuurder is niet aansprakelijk voor verplichtingen van de nv. Als de bestuurder zijn taak niet goed uitvoert, kan hij eventueel wel aansprakelijk worden.

o

Ondertrouw ~ Voordat je kunt trouwen, moet je in ondertrouw zijn gegaan bij de gemeente. Dit betekent dat je de gemeente hebt laten weten dat je gaat trouwen. Dit kan ook digitaal. Je moet dit uiterlijk twee weken vóór de huwelijksdatum bij de gemeente hebben geregeld. Onroerende zaken ~ De wet maakt een onderscheid tussen roerende en onroerende zaken. Een huis en grond zijn onroerend. Dit onderscheid is nodig om te weten wie ergens eigenaar van is en welke andere regels van toepassing zijn. Onterven ~ In je testament kun je opnemen dat iemand geen erfgenaam van je wordt. Dat heet onterven. Iemand die onterfd is kun je overigens wel een legaat geven. Die persoon krijgt dan alleen de bezittingen die je in het legaat vermeld. Je erfgenamen krijgen alle overige bezittingen en je schulden. Opstalrecht ~ In principe is de eigenaar van de grond ook eigenaar van alles wat op de grond staat. Dit is niet altijd de bedoeling. Bijvoorbeeld bij een chalet op een recreatiepark. Om te voorkomen dat deze eigendom wordt van de grondeigenaar, wordt een opstalrecht voor de recreant op de grond gevestigd. Voor deze eigendom moet meestal een vergoeding worden betaald. Deze vergoeding wordt retributie genoemd. Een opstalrecht ontstaat als een notariële akte wordt ingeschreven bij het kadaster. Orgaan ~ Een orgaan is een onderdeel van een rechtspersoon met een eigen taak. Die taak kan bestaan uit het uitbrengen van advies, maar ook uit het nemen van belangrijke beslissingen of het controleren van andere organen. Voorbeelden van organen zijn: het bestuur, de raad van commissarissen, de algemene vergadering. Oudedagspensioen ~ Het oudedagspensioen is het pensioen dat je voor je eigen oudedag opbouwt. Vaak bouw je naast je oudedagspensioen een partnerpensioen of nabestaandenpensioen op. Dat is een pensioen dat je partner krijgt na jouw overlijden. Ouderlijk gezag ~ Het ouderlijk gezag geeft de mogelijkheid om als ouder beslissingen te nemen voor je minderjarig kind. Het ouderlijk gezag rust bij de ouders samen. Als de rechter dat bepaalt of als een van de ouders er niet (meer) is, heeft een van de ouders het ouderlijk gezag alleen. Ouderschapsplan ~ Ouders van minderjarige kinderen die willen gaan scheiden, zijn verplicht een ouderschapsplan te maken. Dit ouderschapsplan moet samen met het echtscheidingsverzoek worden ingeleverd bij de rechter. In het ouderschapsplan moeten in ieder geval afspraken staan over: hoe je de zorg en opvoeding verdeelt (zorgregeling) of de omgang met de kinderen regelt (omgangsregeling); hoe je elkaar informatie geeft over belangrijke onderwerpen, bijvoorbeeld over de schoolkeuze; de kosten van de verzorging en opvoeding (kinderalimentatie). Overdracht ~ Door de eigendom over te dragen van een woning of een stuk grond, wordt iemand anders eigenaar. Eigendom van woningen en grond wordt overgedragen met een akte bij de notaris die wordt geadministreerd in het kadaster. Met het woord ‘levering’ wordt ook wel naar de overdracht verwezen. De overdracht is helemaal rond als het kadaster de akte heeft geadministreerd. Overwaarde ~ Er is overwaarde als een bezitting meer waard is dan de schulden die daarop rusten. Overwaarde is bijvoorbeeld het geld dat je overhoudt bij verkoop van je woning nadat je hypotheekschuld is betaald.

p

Partneralimentatie ~ Na een echtscheiding kan de rechter aan een van de exen partneralimentatie toekennen. De partner die recht heeft op alimentatie moet behoeftig zijn, de partner die de alimentatie moet betalen moet draagkrachtig zijn. Ook kunnen de exen zelf in een echtscheidingsconvenant afspreken of en hoeveel alimentatie door de een aan de ander wordt betaald. Partnerpensioen ~ Het partnerpensioen is het pensioen dat je partner krijgt als je overlijdt. Dit wordt ook wel het nabestaandenpensioen genoemd. Als je pensioen voor jezelf opbouwt (oudedagspensioen) bouw je vaak automatisch ook dit pensioen voor je partner op. Als je overlijdt, krijgt je echtgenoot of geregistreerd partner het partnerpensioen. Ook als je samenwoont kan je partner je partnerpensioen krijgen. Bij je pensioeninstantie kun je navragen aan welke eisen je partner dan moet voldoen. Een van die eisen is het sluiten van een samenlevingscontract met jou. Bijna alle pensioeninstanties stellen deze eis. Als je partner niet aan de eisen voldoet, heeft je partner geen recht op je pensioen als jij overlijdt. Personenvennootschap ~ Een personenvennootschap is een bedrijf dat je samen met anderen voert. Een personenvennootschap heeft altijd meer dan één ‘eigenaar’. Een personenvennootschap begin je door samen met anderen je bedrijf te voeren. Er zijn drie soorten personenvennootschappen: een vennootschap onder firma (vof), een maatschap en een commanditaire vennootschap (cv). Welke personenvennootschap je hebt, hangt af van je bedrijf en de afspraken die je maakt. Je bent verplicht om de personenvennootschap in te schrijven in het handelsregister. Je bent persoonlijk aansprakelijk voor een personenvennootschap. Hoe ver die aansprakelijkheid gaat, hangt af van de soort personenvennootschap en de afspraken die je met elkaar maakt. Publicatiestukken ~ Rechtspersonen moeten bepaalde financiële stukken of andere verantwoordingen openbaar maken. Vaak maken bedrijven en organisaties hiervoor een selectie van gegevens uit hun overzichten. Deze selectie bevat de informatie die zij openbaar moeten maken en eventueel ook aanvullende informatie. De openbaar gemaakte stukken heten: publicatiestukken. De volledige overzichten bevatten vaak aanvullende informatie die belangrijk is voor intern gebruik.

r

Raad van commissarissen ~ De raad van commissarissen is een orgaan van een rechtspersoon. Dit orgaan houdt toezicht op het bestuur. De raad van commissarissen controleert het bestuur en moet ingrijpen als het bestuur de zaken niet op orde heeft of zich niet houdt aan de regels. Rechtspersoon ~ Een rechtspersoon is een juridische entiteit. Het gaat niet om een persoon van vlees en bloed. Het gaat om een organisatie of een samenwerking. Een rechtspersoon kan op eigen naam bezittingen en schulden hebben en overeenkomsten sluiten. Voorbeelden van Nederlandse rechtspersonen zijn de naamloze vennootschap, de besloten vennootschap, de vereniging, de stichting en de coöperatie. Registergoed ~ Registergoederen is een verzamelnaam voor objecten en rechten, waarvan de wet zegt dat die alleen door een notariële akte, die wordt geadministreerd in het kadaster, van eigenaar wisselen of ontstaan. Het gaat dan om woningen, schepen, vliegtuigen, maar bijvoorbeeld ook om een erfdienstbaarheid. Reparatiehuwelijk ~ We spreken van een reparatiehuwelijk als twee partners die eerder met elkaar getrouwd waren opnieuw met elkaar trouwen. Als hun eerdere huwelijk op huwelijkse voorwaarden was, dan gelden deze huwelijkse voorwaarden ook voor hun nieuwe huwelijk. Als hun eerdere huwelijk in gemeenschap van goederen was, dan hertrouwen ze in gemeenschap van goederen. Partners kunnen dit voorkomen door vóór hun huwelijk (opnieuw) naar de notaris te gaan om hun huwelijkse voorwaarden aan te passen of juist huwelijkse voorwaarden te maken. Reservefonds ~ Verenigingen van eigenaars moeten op grond van de wet een reservefonds hebben. Hiermee wordt gespaard voor onder meer groot onderhoud. Alle appartementseigenaars moeten bijdragen aan het reservefonds. Bij de overdracht van een appartementsrecht neemt de koper het aandeel van de verkoper in het reservefonds over. De verkoper krijgt zijn aandeel dus niet uitbetaald bij overdracht. Over het aandeel in het reservefonds hoeft geen overdrachtsbelasting betaald te worden. Niet alle verenigingen van eigenaars hebben een reservefonds. Vanaf 2008 is dit echter wel verplicht.

s

Samenlevingscontract ~ In een samenlevingscontract kunnen ongetrouwde partners die samenwonen financiële afspraken vastleggen. Een samenlevingscontract wordt vaak bij de notaris gemaakt omdat dit voordelen heeft, onder meer voor de belastingen en het nabestaandenpensioen. Voor bezittingen en schulden die partners samen hebben, kan in het samenlevingscontract een verblijvingsbeding worden opgenomen. Hiermee wordt bereikt dat deze bezittingen en schulden vererven aan de partner die achterblijft. Scheiding van tafel en bed ~ Anders dan bij echtscheiding blijft het huwelijk na het uitspreken van de ‘scheiding van tafel en bed’ door de rechter nog in stand. De scheiding van tafel en bed heeft verschillende gevolgen, bijvoorbeeld dat de gemeenschap van goederen niet meer bestaat. Scheiding van tafel en bed wordt door de rechter uitgesproken op verzoek van beide partners of een van de partners. Scheiding van tafel en bed komt niet vaak voor. Er wordt vooral gebruik van gemaakt door partners die vanwege religieuze redenen niet een echtscheiding willen indienen. Schenkbelasting ~ Schenkbelasting is de belasting die je betaalt over dat wat je geschonken krijgt. Sociale Media Executeur ~ Je kunt een sociale media executeur aanwijzen in je testament, die je online leven na de dood regelt zoals jij het wilt. Deze vertrouw je je accountgegevens toe en je geeft hem de opdracht wat hij of zij met je online bestaan moet doen. Splitsingsakte ~ Door middel van de splitsingsakte wordt een gebouw gesplitst in appartementsrechten. Dit heeft tot gevolg dat er in plaats van één eigenaar (van het gebouw) meerdere eigenaars komen. De splitsingsakte wordt gemaakt door de notaris en ingeschreven bij het kadaster. Splitsing van een rechtspersoon ~ Een splitsing van een rechtspersoon deelt een rechtspersoon op in delen. De bezittingen en schulden van de splitsende rechtspersoon komen door de splitsing toe aan een of meer verkrijgende rechtspersonen. De splitsende rechtspersoon kan blijven voortbestaan of kan door de splitsing ophouden te bestaan. De bezittingen en schulden kunnen toekomen aan bestaande of in het kader van de splitsing op te richten rechtspersonen. Staat van aanbrengsten ~ Dit is een lijst die je vast kunnen maken aan de huwelijkse voorwaarden. Op deze lijst kun je noteren wat ieder van jullie aan spullen heeft. Dit heeft als voordeel dat bij een scheiding duidelijk is wat ieder van jullie ‘meeneemt’ uit huis. Verder is het belangrijk in de situatie dat er schuldeisers zijn: in een faillissement is dan duidelijk welke spullen niet onder het faillissement vallen (en dus van de echtgenoot zijn die niet failliet is gegaan). Statuten ~ Een rechtspersoon heeft statuten. In de statuten staan de ‘spelregels’ van de rechtspersoon. In de statuten staat onder andere hoe de rechtspersoon heet en wat voor soort rechtspersoon het is. Ook het doel van de rechtspersoon staat in de statuten. Bij de oprichting van de rechtspersoon worden statuten vastgesteld. De statuten kunnen later met een statutenwijziging worden aangepast. Statutenwijziging ~ Een statutenwijziging is het wijzigen van statuten van een rechtspersoon. In de statuten is opgenomen wie het besluit kan nemen om de statuten te wijzigen en welke procedure daarvoor moet worden gevolgd. De statuten kunnen alleen worden gewijzigd als de procedure goed wordt gevolgd. Bijna altijd moet een notariële akte worden gemaakt van de statutenwijziging. Stichting ~ Een stichting is een rechtspersoon. De stichting gebruikt zijn geld voor het doel dat in de statuten staat. Het bestuur van de stichting verricht handelingen voor de stichting en is verantwoordelijk voor dat wat de stichting doet. De stichting heeft geen aandeelhouders en geen leden. Een stichting richt je op met een notariële akte. Er is minimaal één bestuurder. Je bent verplicht om de stichting in te schrijven in het handelsregister. Een bestuurder is niet aansprakelijk voor verplichtingen van de stichting. Als de bestuurder zijn taak niet goed uitvoert, kan hij eventueel wel aansprakelijk worden.

t

Testament ~ Dit is een akte die je bij de notaris maakt waarin je onder meer kunt vastleggen wie je erfenis krijgt. Een testament werkt na het overlijden. Partners maken vaak testamenten met dezelfde tekst maar hebben toch ieder een eigen testament. Je kunt op elk moment van gedachten veranderen en je testament bij de notaris weer aanpassen. Transportakte ~ De akte bij de notaris waarmee de eigendom wordt overdragen wordt ook wel transportakte genoemd. Dit is de akte die door de notaris wordt gemaakt en bij het kadaster wordt geadministreerd. De notaris controleert of aan alle voorwaarden voor de eigendomsoverdracht is voldaan. Tremanormen ~ Rechtbanken gebruiken de Tremanormen om alimentatie uit te rekenen. De naam ‘Trema’ is afkomstig van het tijdschrift voor de rechterlijke macht waarin het eerste rapport Alimentatienormen werd gepubliceerd. Aan de hand van de tremanormen wordt invulling gegeven aan de berekening van de behoefte van degene die alimentatie vraagt en de draagkracht van degene die de alimentatie moet gaan betalen. Ook anderen dan rechters gebruiken de tremanormen om de alimentatie te berekenen.

u

Uitkeringstoets ~ Voordat geld wordt betaald aan aandeelhouders van een besloten vennootschap (bv) moet het bestuur daar goedkeuring voor geven. Dat heet de uitkeringstoets. Het bestuur controleert of de schuldeisers nog wel kunnen worden betaald. Er mag geen geld aan de aandeelhouders worden betaald als de kans te groot wordt dat schuldeisers daarna niet meer kunnen worden betaald. Uitsluitingsclausule ~ Hiermee regelt een gulle gever dat je wat je krijgt, bij een scheiding niet hoeft te delen met je ex. Deze clausule wordt in een testament opgenomen als het gaat om een erfenis. Maar ook bij een schenking kan de schenker een uitsluitingsclausule in de schenkingsakte laten opnemen.

v

VBI ~ Dit is een afkorting van: ‘vrijgestelde beleggingsinstelling’. Een vbi is een naamloze vennootschap (nv) of een fonds voor gemene rekening die aan bepaalde eisen uit belastingwetten voldoet. De vbi is vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Verblijvensbeding ~ Een verblijvensbeding regelt wat er met gemeenschappelijke bezittingen gebeurt als het contract eindigt. In een samenlevingscontract staat vaak een verblijvensbeding dat werkt bij overlijden of faillissement van een van de partners. De andere partner krijgt dan alle gemeenschappelijke bezittingen. In een contract voor een vof, een maatschap of een cv staat ook vaak een verblijvensbeding. De gemeenschappelijke bezittingen gaan op grond van die afspraak naar de persoon die het bedrijf voortzet. Je kunt in het verblijvensbeding afspreken dat er een bedrag moet worden betaald voor de bezittingen die je krijgt. Vereniging ~ Een vereniging is een rechtspersoon. De vereniging heeft leden en een bestuur. Het bestuur van de vereniging verricht handelingen voor de vereniging en is verantwoordelijk voor dat wat de vereniging doet. De leden bepalen wie er bestuurder wordt. Een vereniging heeft minimaal twee leden en er is minimaal één bestuurder. Eén persoon kan ook lid en bestuurder zijn. Een vereniging kun je oprichten zonder notariële akte. Een bestuurder is dan aansprakelijk voor verplichtingen van de vereniging. De statuten van de vereniging kunnen in een notariële akte worden opgenomen. De bestuurder is dan niet aansprakelijk voor verplichtingen van de vereniging. Als de bestuurder zijn taak niet goed uitvoert, kan hij eventueel wel aansprakelijk worden. Een vereniging kun je inschrijven in het handelsregister. Als de statuten in een notariële akte zijn opgenomen is dat verplicht. Vereniging van Eigenaars ~ Bij een appartementsrecht hoort ook een lidmaatschap van de vereniging van eigenaars. Deze vereniging regelt alle zaken rondom de woning/het gebouw (dit kan ook door een beheerder gebeuren die is aangesteld door de vereniging). Het lidmaatschap van de vereniging van eigenaars is te vergelijken met het lidmaatschap van een gewone vereniging. Zo moet er ook contributie worden betaald: een bijdrage ten behoeve van onder meer het onderhoud van het gebouw. Ook worden er vergaderingen gehouden waarin de eigenaren het woord mogen voeren en stemmen. Er is een belangrijk verschil met de gewone vereniging: het lidmaatschap van de vereniging van eigenaars kan niet worden opgezegd. Het kan zijn dat de vereniging van eigenaars niet bestaat of niet actief is. Dit wordt ook wel een ‘slapende VvE’ genoemd. Er wordt dan ook geen bijdrage betaald. Dit kan gevolgen hebben voor het onderhoud van het gebouw. Als het gebouw ná 1 december 1972 is gesplitst in appartementsrechten (dit is de datum van de splitsingsakte), is er een vereniging van eigenaars. Vanaf die datum is dat namelijk wettelijk verplicht. Vóór die datum hoeft er geen vereniging van eigenaars te zijn. In de splitsingsakte staat of er een vereniging van eigenaars is. Verwerpen ~ Als je door de wet of in een testament bent aangewezen als erfgenaam heb je een keuze of en hoe je een erfenis aanvaardt. Als je niets uit de erfenis wil hebben, verwerp je de erfenis. Daarmee doe je definitief afstand van je aanspraak op de erfenis. Je bent dan ook niet aansprakelijk voor de schulden van de overledene. VOF ~ Een vennootschap onder firma (vof) is een personenvennootschap waarin je samen met anderen een bedrijf voert. Een vof begin je door samen met anderen je bedrijf te voeren. Je bent verplicht om de vof in te schrijven in het handelsregister. Je bent hoofdelijk aansprakelijk voor alle verplichtingen van de vof. Daardoor kun je verplicht worden om persoonlijk het hele bedrag te betalen dat de vof schuldig is. Voogd ~ Een voogd is iemand die in plaats van de ouder zorgt voor een minderjarige. Een voogd kun je benoemen in je testament.

w

Wettelijke verdeling ~ De wettelijke verdeling is een verdeling van je erfenis tussen je partner (echtgenoot of geregistreerd partner) en je kinderen. Je partner krijgt al je bezittingen en schulden en moet aan je kinderen later nog een bedrag betalen. Je kinderen krijgen nog niets meteen in handen. De wettelijke verdeling geldt als je geen testament hebt gemaakt. Heb je wel een testament gemaakt, dan hangt het af van je testament of de wettelijke verdeling van toepassing is.

z

Zuiver aanvaarden ~ Als je door de wet of in een testament bent aangewezen als erfgenaam heb je een keuze of en hoe je een erfenis aanvaardt. Als je de erfenis zuiver aanvaardt, ben je met je eigen vermogen aansprakelijk voor de schulden uit de erfenis. Als er in de erfenis meer schulden dan bezittingen zijn, moet je dus met je eigen geld dit tekort betalen.

Helder in

juridische zaken